|
Verschil moet er zijn
|
| |
|
Het is altijd weer fascinerend te observeren hoe sterk de werking van cannabis van persoon tot persoon kan verschillen. Waar de een al na een enkel haaltje per ambulance moet worden afgevoerd, kan het andere uiterste het beste met de fraaie leus Too much is never enough worden gekarakteriseerd. We hebben het dan over de hele groten onder de rokers, een vrij kleine maar wel prominent aanwezige groep geharde profis. Mannen inderdaad zijn het meestal mannen die in hun eentje hele coffeeshops draaiende houden en zelfs potentieel de export van onze nationale trots in gevaar kunnen brengen.
Dit type roker deelt zijn joint niet meer. Dat naïeve stadium zijn zij allang voorbij. Zij roken niet om een band van broederschap en eenheid te versterken. De blow is voor hen eerder een infuus dat het THC-peil in de bloedbaan op het vereiste niveau houdt. Opmerkelijk aan dit type blower is dat je eigenlijk nooit aan hem kan zien dat hij onder invloed is. Rode ogen zul je bij hem vergeefs zoeken. Met vreetkicks geassocieerde zoetwaren zul je niet snel in zijn omgeving aantreffen. Wanneer de overgrote meerderheid van de matige innemers alleen nog maar verdwaasd voor zich uit kan staren blijft de profi helder van geest. Wat absoluut niet is aangetast is zijn vermogen voor het vaderland weg te ouwehoeren. Luisteren naar wat anderen te melden hebben is zeldzaam. Het is zo heerlijk wegspacen op de monorail van de eigen geniaal geachte gedachtengang, dat alles wat daarmee niet spoort genegeerd dient te worden. Alleen de zeldzame kritische toehoorder valt een zekere breedsprakigheid bij de beroepsblower op wanneer de goddelijke cannabismoleculen eenmaal diens cannabinoïde-receptoren gepasseerd zijn. Het moet er drukker zijn dan in de Kalverstraat op zaterdag, daar diep in de hersenen waar die receptoren zich bevinden, en dat bijna 24 uur per dag. Voor wie wat minder kritisch kijkt zijn er bij de dwangmatige profiblower pas effecten merkbaar wanneer de THC-spiegel in het bloed juist beneden een kritisch minimum daalt. Dan raakt de interne ecologie verstoord, en resteert de beroepsblower een wankele en door irritatie en slaperigheid gekenmerkte staat van half-zijn. Dit type roker vindt vaak dat je altijd en overal moet kunnen blowen. Logisch natuurlijk, de geestverruimende cannabinoïden zijn na vele jaren inhaleren samen met zuurstof en water de belangrijkste levensvoorwaarden voor zijn biologisch evenwicht geworden. Een sterk staaltje symbiose tussen man en plant, dat zeker. Maar het verdoemde V-woord mag natuurlijk niet in de mond worden genomen. Want v*******d, dat kan je immers niet worden aan het vriendelijke natuurproduct cannabis. Dat hebben we zo met zijn allen afgesproken in de onbezorgde tijd dat het gedoogbeleid van de grond kwam en dat beeld willen we graag overeind houden. Al was het maar om de eigen negotie niet in gevaar te brengen. We zien dat de beroepsblower al bij het ontbijt de eerste joint opsteekt. En dan hebben we het niet over zon quasi stoere imponeer-spliff die zn macho-volume louter te danken heeft aan een bovenmaats vel vloeipapier en een flinke toef tabak. Neen, deze categorie gebruikers rookt doorgaans puur en deinst er niet voor terug een gram godenkruid in een joint te verkruimelen. Die opgeëiste vrijheid om overal te kunnen blowen staat los van de discussie over meegerookte tabaksrook. Die discussie bestond überhaupt nog niet toen de grote rokers hun carrière aanvingen, en de gedachte aan iets dat in de jaren zeventig nog niet bestond beangstigt de beroepsblower erger dan wat dan ook. Let wel, we hebben het hier over hooggestemde principes. Lieden die deze principes zijn toegedaan menen dat de vrijheid altijd en overal cannabis te roken tot de elementaire mensenrechten behoort of zelfs als uiting van religieuze vrijheid dient te worden beschouwd. Niemand is bevoegd aan dit heilige recht te tornen. Maar soms is de werkelijkheid weerbarstiger dan het geidealiseerde universumpje van de beroepsblower. Zo laten de hele groten in het blowvak zich om deze principiële reden desnoods uit restaurants zetten, ook al betekent dat dat het gezelschap waarmee zij een gezellige avond hoopten te hebben dan ook moet opstappen. Vergaderingen van de verschillende cannabisbelangenverenigingen worden steevast opgeluisterd door mannen uit de profiklasse. Het komt de besluitvaardigheid en efficiëntie niet altijd ten goede, om het zacht uit te drukken. Maar ook in de privésfeer staat de beroepsblower zijn mannetje: met evenveel gemak zet hij zijn relatie aan de kant als die begint te zeuren dat hij te vaak stoned is en schaft met het dankzij de Heilige plant verdiende kapitaal een nieuw vrouwtje aan, dat hij desnoods uit het een of andere treurige verweggistan importeert. Want aan geiligheid en creatieve ideeën heeft de beroepsblower nooit gebrek. Er zal altijd geblowd worden, en tolerantie is een groot goed. Maar probeer mij niet wijs te maken dat ik respect moet hebben voor de THC-junk op leeftijd. Want er is niets zo pathetisch als een kalende, dementerende beroepsblower die denkt een persoonlijke hotline met god te hebben. Sennechaos |
![]() |